Dromen, durven, doen

Een prima vakantieboek is “Dromen, durven, doen” van Ben Tiggelaar. Het boek biedt een aanpak voor succesvol veranderen. Leuk voor de zelfreflectie tijdens de vakantie. Waar ben ik tevreden over, wat wil ik anders, hoe ga ik dat bereiken?
De kern van het boek is dat we ons automatische, onbewuste gedrag moeten aanpassen om echt iets te veranderen.
Tiggelaar onderscheid drie fasen.
Tijdens Dromen bepaal je wat de beste versie van jezelf is die je wilt worden. Je vertaalt je doelen naar concrete gedragsintenties.
Tijdens Durven bereid je je voor op de crisissituaties die het concrete nieuwe gedrag kunnen ondermijnen.
Tijdens Doen ga je aan de slag en meet je de vorderingen en beloon je je gewenste nieuwe gedrag.
Samen met het gezin bedacht ik het volgende toepasselijke voorbeeld:
Dromen: Ik wil veilig autorijden in de bergen. Daarvoor wil ik minder om mij heen kijken.
Durven: Ik reageer niet meer op uitroepen in de auto als “kijk rechts, een mooi diep dal”.
Doen: Als dit drie keer is gelukt, krijg ik een ijsje. Jippie.

Veranderen

De programmacommissie heeft me gevraagd een presentatie te verzorgen op onze jaarlijkse conferentie. Ik mag dan zo’n 1000 deelnemers toespreken. Twee keer heb ik nee gezegd (“geen tijd”, of eigenlijk “te spannend”), maar de derde keer ben ik toch akkoord gegaan. Uitdagingen moet je grijpen.
Ik denk nog na over het onderwerp, maar het wordt iets met verandering. Bijvoorbeeld hoe kunnen GIS-organisaties succesvol omgaan met veranderingen?
Ik ben me nu op allerlei manieren aan het voorbereiden op het verhaal. Informatie verzamelen, boeken lezen, mensen spreken.
Ik kwam een interessant lijstje tegen van Jaap Boonstra met dingen die niet helpen als organisaties willen veranderen: de urgentie te veel benadrukken (werkt verlammend), externe adviseurs inhuren (kan de eigen leiding het niet?), pasklare oplossingen van bovenaf opleggen (dood de creativiteit), iets een cultuurverandering noemen (neemt mensen hun zekerheid en identiteit af), mensen met weerstand te veel aandacht geven (richt je juist op de gemotiveerden).
Ik snap nu beter waarom mijn vorige werkgever al bezig was met de organisatieverandering toen ik er startte en er er drie jaar later toen ik vertrok nog niet veel was veranderd.