Sprint aardgasvrij

In 2050 moeten 7 miljoen woningen aardgasvrij zijn. Deze doelstelling heeft de overheid zich gesteld naar aanleiding van het klimaatakkoord van Parijs. Alle gemeenten zijn druk bezig om Transitievisies Warmte te maken met daarin hun plannen om dit doel te bereiken.
GIS is een handig hulpmiddel om het aardgasvrij-proces te ondersteunen. Hiermee kunnen zogenaamde “waar”-vragen worden beantwoord. Waar staan woningen die makkelijk kunnen worden geïsoleerd? Waar is aanbod van alternatieve warmtebronnen? Waar zit een oud gasnet dat kan worden vervangen?
Afgelopen week hebben we samen met enkele gemeenten, een provincie, een netbeheerder en een bewonersgroep een innovatiesprint gedaan om de kracht van GIS te verkennen. De belangrijkste vraag was hoe GIS kan helpen om bewoners mee te krijgen in het proces. Dit is namelijk cruciaal. Bewoners zullen waarschijnlijk flink moeten (mee) investeren en hoe motiveer je ze hiervoor.
We hebben allerlei apps gemaakt om inzicht te krijgen in initiatieven in de wijk, om data te delen, om te bepalen waar veel enthousiasme is in de wijken. In deze sprintweek hebben we heel veel gerealiseerd.
Het echte aardgasvrij maken zal een stuk langer duren.

Mijnbouw

Kinderen helpen om te worden wie ze zijn en te doen wat hun hart hun ingeeft. Dat is de essentie van opvoeding. Samen zoeken naar de juiste vervolgopleiding is daarbij een belangrijke activiteit. Met mijn oudste drie kinderen heb ik de afgelopen jaren heel wat open dagen bezocht. Nu is mijn jongste zoon aan de beurt. Hij zit in vijfde en heeft geen idee wat hij zou willen worden of doen. Tot gisteren. Hij weet nu zeker dat het iets met de aarde wordt en misschien wel mijnbouw.
Zijn interesse in de aarde was al langer duidelijk. Daarom bezochten we vorige week de Future Planet Studies aan de UvA. De eerste vraag die ze hem daar stelden was of hij al iets deed aan klimaatverandering. Verkeerde vraag. Natuurlijk is hij zich bewust van het klimaat, maar dat dit naar zijn een idee een toelatingseis zou zijn voor een studie dat ging hem te ver. Bovendien is Future Planet Studies, zoals veel opleidingen tegenwoordig, een verzameling van allerlei disciplines. Dat begrijpt een vijfdeklasser nog niet zo goed. Die wil gewoon biologie of geologie studeren, net als op het VWO. Geen UvA dus.
Gisteren hebben we de open dag Applied Earth Sciences bezocht bij de TU Delft. Daar viel het kwartje. Zoonlief mopperde wat over het grote aantal nerds, maar de studie en met name mijnbouw leek hem echt interessant. Ik vond het ook een grote eyeopener. Je denkt dat het mijnen door de klimaatverandering wel wat passé is. We gaan immers niet meer naar nieuwe olie en gas boren? Maar je wilt niet weten hoeveel grondstoffen er nodig zijn voor duurzame energieopwekking. Voor een windmolen is al 2 ton aluminium en 4 ton koper nodig. Slim, schoon en zuinig mijnen is daarom de toekomst. Wellicht gaat mijn zoon daar een bijdrage aan leveren. Maar misschien gaat hij ook wel heel wat anders doen. Nog genoeg open dagen te bezoeken.

Workshops

De afgelopen maand heb ik twee workshops geleid over de waarde van geo-informatie in projecten. Vanuit ons bedrijf hebben we daar een standaard aanpak en canvas voor bedacht. Deze aanpak hadden we in de voorbereiding van de workshop goed doorgesproken met de klant. Tenminste dat dachten we. Toen we een voorstelrondje deden en ook iedereen even de eigen verwachtingen toelichtte, bleek bij beide workshops dat iemand het niet met de opzet eens was. Dit werd in beide gevallen met veel overtuiging uitgesproken. Oftewel, de workshop moest anders.
De eerste keer dat het gebeurde, raakte ik helemaal van mijn à propos. Wat moest ik nu doen? Agenda aanpassen? Mijn reactie was om aan de deelnemers te vragen hoe ze het dan zouden willen? Foute vraag. Ze hadden ons immers gevraagd om de workshop te leiden?
Ik vertelde dat we rekening zouden houden met de bezwaren, maar wel het oorspronkelijke programma zouden volgen. Dit hebben we ook de tweede workshop gedaan. Ik zag nog niet echt vertrouwen op de gezichten, maar wel erkenning. We zijn volgens plan aan de slag gegaan en iedereen deed mee. Bij de evaluatie bevestigden alle deelnemers dat het nuttig was. Ook de mopperkonten van het begin.
Belangrijke lessen: erkenning geven aan alle meningen, vasthouden aan het oorspronkelijke plan en samen aan de slag levert altijd resultaat.

Biggest Little Farm

Wat ben ik onder de indruk van The Biggest Litle Farm. Ik roep iedereen op om de film te gaan zien.
De film vertelt het verhaal van John en Molly die hun droom waar maken en zonder enige ervaring een organische boerderij beginnen. Apricot Lane Farms, 80 hectare met perzikbomen in Californië. Al snel blijkt dat de grond zo droog en arm is dat er niets groeit.
Ze roepen de hulp in van eco-landbouwspecialist Alan. Alan’s sleutelwoord is diversiteit. Zo veel mogelijk gewassen, fruitbomen en boerderijdieren combineren.
John en Molly krijgen de nodige tegenslagen. Woelmuizen eten de wortels van de fruitbomen, coyotes eten de eenden, slakken eten de groente. Steeds zorgt diversiteit voor de oplossing. De coyotes eten de woelratten en de eenden de slakken.
Prachtig is hoe de dieren en de natuurlijke bodembemesters de grond verrijken. Als een hevige storm het gebied teistert, spoelt bij de omliggende boerderijen de grond helemaal weg. Niet bij Apricot Lane Farms waar het eco-systeem alles in tact houdt.
Ik was wat somber na het zien van de film. Ik realiseerde me hoe we de aarde vernielen met onze monocultuur. Mevrouw Di Basi was echter dolenthousiast. Zie je wel, er is hoop. Natuurlijke diversiteit is de toekomst.

Transformatie

De Eindbazen spraken met Jan Rotmans. Rotmans is hoogleraar Transitiekunde aan de Erasmus Universiteit en pionier op het gebied van klimaatverandering. Hij vertelt hoe hij al 30 jaar waarschuwt voor de gevolgen van klimaatverandering en overal en altijd op weerstand stuit. Maar weerstand is goed, want dan komt er iets in beweging.
Verontrustend is dat al zijn modellen over de gevolgen van klimaatverandering tot nu toe uitkomen, alleen veel sneller dan hij verwachtte. In 2100 is de zeespiegel zo’n 3 meter gestegen. We zullen hier in Nederland wel een oplossing voor vinden, maar hoe moet het met al die delta’s in de niet-westerse wereld?
Rotmans heeft een theorie ontwikkeld over hoe transities zich voltrekken. Eerst heb je de gedreven koplopers die het anders willen, dan heb je de verbinders die kunnen uitleggen wat koplopers doen, tenslotte heb je de kantelaars die de massa kunnen leiden in de verandering.
Rond klimaat zou ik graag bij de koplopers, verbinders of kantelaars horen, maar ik hoor gewoon bij de massa. Gelukkig komt de massa nu langzamerhand wel in beweging. Dat geeft hoop. Als we tenminste nog genoeg tijd hebben.
Het nieuwste transitie-onderzoek van Rotmans gaat niet over de opbouwfase naar het nieuwe, maar juist over de afbraakfase van oude. Hoe gaat het straks met de Shell’s en BP’s van de wereld? We gaan het volgen.